KLM verliest rechtszaak om omstreden clausules

De Oostenrijkse Vereniging voor Consumentenvoorlichting (VKI) wint rechtszaak tegen KLM. De consumentenvereniging dagvaardde de Nederlandse luchtvaartmaatschappij om twee clausules uit de algemene voorwaarden die volgens VKI onredelijk bezwarend zouden zijn voor passagiers.

KLM verliest rechtszaak om omstreden clausules, ECC Nederland

Algemene voorwaarden KLM

KLM ligt al een enige tijd onder vuur vanwege een aantal clausules die opgenomen zijn in de algemene voorwaarden. Deze clausules zorgen ervoor dat vliegtuigpassagiers op een aantal vlakken financieel worden benadeeld wanneer zij afzien van een deel van de reis. Meerdere consumentenorganisaties in Europa, waaronder VKI, komen in opstand vanwege de onredelijkheid van die clausules.

No-showclausule

Een van de twee clausules waarvoor de Nederlandse luchtvaartmaatschappij is gedagvaard is de no-showclausule. KLM stelt dat als een passagier onverhoopt niet komt opdagen (no-show) voor een deel van de reis, bijvoorbeeld bij de heenvlucht, het vliegticket niet meer geldig is voor het verdere traject. Dit ondanks dat de passagier wel voor het volledige traject heeft betaald. Deze wordt dan verplicht om een nieuw ticket te kopen of om een bedrag tussen € 125 en € 3000 bij te betalen om het traject te mogen voortzetten. Dit bedrag is afhankelijk van de bestemming en reisklasse.

Extra kosten voor vroegtijdig beëindigen vliegreis

De tweede clausule waarvoor KLM is gedagvaard, bepaalt dat wanneer een passagier tussentijds zijn vliegreis afbreekt een toeslag van € 275 moet betalen om zijn ingecheckte bagage mee te nemen. Deze clausule houdt geen rekening met de reden van vroegtijdige beëindiging van de reis en is daarom ook van toepassing op passagiers die de reis buiten hun schuld halverwege moeten afbreken.

Uitspraak Handelsrechtsbank (HG)

De Handelsrechtsbank (HG) Wenen oordeelde dat de no-showclausule van KLM onredelijk is aangezien deze regeling niet alleen geldt voor passagiers die op deze manier willen profiteren van een goedkopere vlucht. Passagiers die de vlucht bijvoorbeeld niet kunnen voortzetten vanwege overmachtsredenen als een vertraging van een eerdere shuttle vlucht, zijn hier ook de dupe van. Om die reden verklaart de Handelsrechtbank dat de voorgenoemde clausules en vergoedingen niet zijn toegestaan. Het oordeel is nog niet definitief. KLM kan hiertegen nog in beroep gaan.