Hof van Justitie: Volledige terugbetaling mogelijk bij slecht uitgevoerde pakketreis
Als een pakketreis niet goed wordt uitgevoerd, kan de reiziger recht hebben op een volledige terugbetaling. Dat geldt ook als sommige onderdelen van de reis wel zijn geleverd. Zijn de fouten zo ernstig dat de reis zijn doel niet meer dient en geen waarde meer heeft voor de reiziger? Dan mag hij of zij de hele prijs terugvragen. Dat heeft het Hof van Justitie van de EU bepaald in een rechtszaak uit Polen.
Geen toegang tot voorzieningen door sloopwerkzaamheden bij hotel
Twee Poolse reizigers boeken een 'all-inclusive' vakantie in een vijfsterrenhotel in Albanië. De dag na aankomst worden zij wakker door harde sloopgeluiden. Op bevel van de Albanese autoriteiten worden de twee zwembaden van het hotel afgebroken. Deze werkzaamheden duren vier dagen, van 7.30 uur tot 19.30 uur. In die tijd kunnen gasten de zwembaden, de boulevard en de toegang tot de zee niet gebruiken.
De gasten moeten ook lang wachten op hun maaltijden, omdat er niet genoeg eten beschikbaar is. De middagsnacks worden helemaal geschrapt. Tijdens de laatste drie dagen van hun verblijf beginnen nieuwe werkzaamheden om een vijfde verdieping aan het hotel toe te voegen.
Poolse rechter vraagt uitleg over regels pakketreizen
De reizigers stappen naar de Poolse rechter. Zij eisen volledige terugbetaling van de reissom en een schadevergoeding. De rechter vraagt het Hof van Justitie om uitleg over hoe de Europese regels voor pakketreizen moeten worden toegepast.
Hof van Justitie
Het Hof oordeelt dat een reiziger recht heeft op volledige terugbetaling als de reisdiensten niet of slecht zijn uitgevoerd. Dat geldt ook als sommige diensten wel zijn geleverd, maar de gebrekkige uitvoering zó ernstig is dat de reis zijn doel niet meer dient. De nationale rechter moet beoordelen of dat in een specifieke zaak zo is.
Het Hof benadrukt dat de Europese regels voor pakketreizen bedoeld zijn om een eerlijke balans te houden tussen reizigers en reisorganisatoren. Ze zijn niet bedoeld om reisorganisatoren te straffen, maar om rechten en plichten duidelijk te maken.
Volgens het Hof hebben de reizigers geen recht op een schadevergoeding als de organisator kan bewijzen dat de problemen zijn veroorzaakt door een derde partij. En dat die situatie onvoorzienbaar of onvermijdbaar was.
In dit geval vroeg de Poolse rechter zich af of de sloopwerkzaamheden konden worden gezien als een 'onvermijdbare en buitengewone omstandigheid'. Het Hof merkt op dat het ging om een besluit van de overheid. Zulke besluiten worden meestal openbaar aangekondigd. Daarom moet de nationale rechter nagaan of de reisorganisator wist of had kunnen weten dat de sloop eraan kwam. Was dat het geval, dan was de situatie niet onvoorzienbaar en moet de organisator een schadevergoeding betalen aan de reizigers.
Meer weten?
De volledige uitspraak C-469/24 vindt u op de website van InfoCuria (jurisprudentie van het Hof van Justitie) CURIA - Documents (europa.eu).