Hof van Justitie: een instapkaart bewijst een reservering op een vlucht

Profile picture for user Eva
Eva, jurist
Gepubliceerd op 24 maart 2025

Kan een passagier een schadevergoeding eisen van de luchtvaartmaatschappij als de vlucht onderdeel is van een pakketreis en door een derde partij is betaald? Het Hof van Justitie heeft hierover een uitspraak gedaan: het recht op een vergoeding blijft gewoon bestaan, ook in deze situatie.

Een jonge man die glimlacht en met zijn rechterhand naar twee instapkaarten wijst die hij in zijn linkerhand vasthoudt, wat zijn enthousiasme of gereedheid voor reis laat zien.

Vlucht vertraagd 

Twee passagiers boeken een pakketreis bij een reisorganisatie. Hun terugvlucht van Tenerife naar Warschau is meer dan 22 uur vertraagd. Daarom vragen de passagiers bij de luchtvaartmaatschappij om een vergoeding volgens de EU-regels. Maar de luchtvaartmaatschappij weigert te betalen. 

Volgens de maatschappij hebben de passagiers geen officieel bevestigde en betaalde reservering. Kopieën van hun instapkaart zijn volgens de luchtvaartmaatschappij niet voldoende bewijs. Daarnaast beweert de maatschappij dat een andere partij de pakketreis heeft betaald tegen speciale voorwaarden. Hierdoor zouden de passagiers gratis of met korting hebben gereisd, en in dat geval zouden zij geen recht hebben op een vergoeding.

Poolse rechter

De passagiers stappen naar de Poolse rechter. Die vraagt het Hof van Justitie om duidelijkheid: hebben de passagiers recht op een vergoeding volgens de EU-wetgeving?

Hof van Justitie

Het Hof bepaalde dat een instapkaart wél bewijst dat de luchtvaartmaatschappij of touroperator de reservering heeft geaccepteerd en geregistreerd. Passagiers die zich melden bij de check-in en met een instapkaart aan boord gaan, moeten worden gezien als passagiers met een bevestigde reservering.

Daarnaast oordeelde het Hof dat de passagiers niet gratis of met een speciale korting hebben gereisd die niet voor het publiek beschikbaar was. Dit zou alleen zo zijn als de luchtvaartmaatschappij zelf die korting had gegeven. Dat iemand anders de pakketreis betaalde aan de reisorganisatie, en de reisorganisatie de vluchtprijs aan de luchtvaartmaatschappij betaalde, betekent niet dat de passagiers geen recht hebben op een vergoeding.

Tot slot maakte het Hof duidelijk dat het de verantwoordelijkheid van de luchtvaartmaatschappij is om te bewijzen dat een passagier gratis of met een speciale korting heeft gereisd.

Meer weten?

De volledige uitspraak C 20/24 Cymdek vindt u op de website van InfoCuria (jurisprudentie van het Hof van Justitie) CURIA - Documents (europa.eu).