EBB-procedure

De Europese betalingsbevelprocedure (EBB-procedure) vereenvoudigt de incasso van grensoverschrijdende, civiele vorderingen. U kunt de procedure opstarten als u een conflict heeft met een ondernemer in het buitenland. Een voorwaarde is dat de tegenpartij niet ontkent dat u recht heeft op een betaling. De EBB-procedure kent geen maximumvordering.

De procedure geldt in alle EU-lidstaten, behalve Denemarken, en wordt overal erkend en uitgevoerd. Hiervoor is geen aparte verklaring (uitvoerbaarverklaring bij voorraad) nodig.

Stapel dossiers op lichtkleurige achtergrond

Goed om te weten

Hoe verloopt een EBB-procedure?

U start de procedure met standaardformulieren. Deze vindt u op deze website. Met dit formulier dient u bij de rechtbank het verzoek in de procedure op te starten. Het verzoek kan worden afgewezen als het niet voldoet aan de gestelde eisen, of als de vordering ongegrond is. Er zijn geen rechtsmiddelen waarmee u tegen de afwijzing kunt ingaan.

Is het verzoek gegrond? Dan vaardigt de rechter zo spoedig mogelijk en meestal binnen 30 dagen na uw verzoek een Europees betalingsbevel uit.

Bij welke rechtbank moet ik het verzoek voor de EBB-procedure indienen?

U kunt uw verzoek om een Europees betalingsbevel in Nederland sturen naar:

Rechtbank ’s-Gravenhage

Sector civiel recht

Algemene Zaken

Postbus 20302

2500 EH Den Haag

Hoe verloopt de uitvaardiging van het bevel?

In het Europees betalingsbevel staat dat de verweerder de mogelijkheid heeft het openstaande bedrag aan de eiser te betalen. De verweerder is de ondernemer, de eiser bent u. De ondernemer kan verweer tegen het bevel aantekenen: dat moet hij dan wel binnen 30 dagen doen.

Als het bevel door de ondernemer wordt betwijfeld en hij een verweerschrift indient, stopt de EBB-procedure. Er gaat dan een ‘normale’ gerechtelijke procedure lopen. Als de eiser verzoekt om de procedure te staken, moet worden bekeken welke rechter bevoegd is voor dit proces.